Les 2

Wat zijn attributen?
Attributen zijn invulvelden die kunnen worden toegevoegd aan BLOCKS. Hiermee is het mogelijk om een block van eigen tekst te voorzien.

Waarvoor worden ze gebruikt
Ze worden gebruikt voor onderandere de gegevens in een kader. Het invullen van een stempel met gegevens als:
• tekeningnaam
• tekenaar
• formaat
• schaal
• Etc
Verder kunnen ze ook worden gebruikt om bepaalde blokken van extra informatie te voorzien in de tekening. De attributen kunnen zowel zichtbaar als onzichtbaar zijn en kunnen worden gebruikt om later uit de tekening te halen. Zo is het mogelijk om een database te vullen met gegevens die in een AutoCAD tekening zijn opgeslagen.

Hoe maak je ze aan
• Het commando intypen in de 'command line': ATTDEF
• Via het pulldown menu: Draw -> Block -> Define Attributes
  attdef via puldown menu

Je krijgt dan het volgende dialoog venster:
attdef dialoogvenster

Een attribuut heeft de volgende dingen nodig:
Tag Dit is de naam van het attribuut.
Prompt De vraag die gesteld wordt op het moment dat een attribuut moet worden ingevuld.
Insertionpoint Waar moet het attribuut komen te staan?


Verder zijn er nog een aantal settings die gedaan kunnen worden:
Mode: Hier kun je bepalen wat voor eigenschappen het attribuut moet hebben.
Een attribuut kan:
onzichtbaar zijn
een constante waarde hebben, dan is de waarde niet meer te veranderen
Het kan zijn dat een waarde geverifieerd moet worden. Zeker als er een default waarde is ingesteld kan dat zeer gewenst zijn.
Als een attribuut een preset heeft, dan wordt bij het plaatsten niet gevraagd of deze moet worden ingevuld. Uiteraard kan de waarde altijd nog wel veranderen dmv het commando “ATTEDIT”
LET OP: ALS EEN ATTRIBUUT WORDT AANGEMAAKT ZONDER DAT ER EEN PLAATSINGSPUNT IS OPGEGEVENS, DAN KOMT DEZE UIT OP 0,0
Verder is het handig te weten dat als er meerdere attributen worden geplaatst, deze recht onder elkaar geplaatst kunnen worden door bij de opvolgende attributen het vinkje “Align below previous attribute definition” aan te zetten. Verder moet de text die bij het attribuut geplaatst zou moeten worden ook nog met het commando “TEXT” worden geplaatst. Zorg er dan wel voor dat dit netjes gebeurt en dat deze ook echt recht naast het attibuut staat.

Systeem variabelen
Er zijn een aantal systeemvariabelen voor attributen van belang:
Attdia: Bepaalt of AutoCAD met een dialoogvenster opkomt om de attributen te plaatsen, of dat deze op de commando regel moeten worden ingevoerd. Waarde 0 is commandoregel, waarde 1 is in het dialoogvenster. Deze waarde is niet tekening afhankelijk.
Attmode: Geeft aan of de attributen zichtbaar zijn. 0: ze zijn allen onzichtbaar, 1: alleen de attributen die gedefinieerd zijn als onzichtbaar zijn onzichtbaar, 2: alle attributen zijn zichtbaar.
Attreq: Bepaalt de werking van de preset in de attribuut definitie. Als deze systeemvariabele op 0 staat, dan zullen ook de attributen die gedefinieerd zijn met een preset waarde niet worden aangegeven bij het plaatsen van een block.

Aangepast zoeken